EML

Erkende maatregelenlijst voor energiebesparing

EML – Erkende maatregelenlijst

De Erkende Maatregelenlijst (EML) is een lijst van energiebesparende maatregelen die in aanmerking komen voor de Energie-Investeringsaftrek (EIA). De EML is opgesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en bevat gebouwgebonden maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Dit geldt ook voor gebouwgebonden maatregelen die samenhangen met de activiteit- en procesgebonden maatregelen.

Energiebesparing

De EML is een handig hulpmiddel voor ondernemers die willen investeren in energiebesparing. De lijst geeft een duidelijk overzicht van de maatregelen die in aanmerking komen voor de EIA en helpt ondernemers bij het maken van een keuze voor de meest rendabele maatregelen.

De lijst maakt het op een makkelijke en praktische manier mogelijk om aan de energiebesparingsplicht te voldoen. Op deze manier hoeven bedrijven niet op zelf alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder in kaart te brengen.

Energielabel bedrijfsruimte

Wanneer de Erkende maatregelenlijst toepassen:

  • Vrijwillig / eigen regieHet staat de drijver van de inrichting vrij energiebesparende maatregelen te nemen, ondanks dat die op basis de EML niet genomen hoeven te worden. Soms is de absolute besparing van de hoeveelheid energie voor een drijver van de inrichting zo interessant dat, ondanks een langere terugverdientijd, hij deze toch wil nemen. Deze keuzes zijn de eigen verantwoordelijkheid van de drijver van de inrichting.
  • Toepassing EML voor een middelgroot gebruikVoor deze categorie geldt de volledige systematiek zoals beschreven.
  • Toepassing EML voor groot gebruikHiervoor geldt ook de volledige systematiek zoals hierboven beschreven. Aanvullend is het hier voor het bevoegd gezag mogelijk een onderzoek te eisen wanneer het vermoeden is dat niet voldaan wordt aan de energiebesparingsplicht uit artikel 2.15 lid 1 Activiteitenbesluit. De aantoonplicht daarvoor ligt bij het bevoegd gezag. Maar wanneer alle van toepassing zijnde maatregelen uit de EML uitgevoerd zijn, is het verlangen van een onderzoek in principe niet mogelijk.
  • Zeer grote gebruiker: onderzoeksplichtigVoor deze categorie is de EML voor processen en faciliteiten niet van toepassing en dient onderzoek naar energiebesparing plaats te vinden. De EML kan daarbij wel gebruikt worden. Het betreft hier dus geen onderzoek naar de maatregelen aan gebouwen, daarvoor gelden gewoon de maatregelen uit de EML. Gebouwgebonden maatregelen die samenhangen met de activiteit- en procesgebonden maatregelen moeten wel betrokken worden in het onderzoek. Een voorbeeld hiervan is energie besparende maatregelen die worden toegepast aan het gebouw van een zwembad. Dit leidt in het proces tot minder energiegebruik en is sterk afhankelijk van elkaar. Valt een inrichting niet onder een in artikel 2.14c Abm aangewezen bedrijfstak, dan wordt deze vergelijkbaar behandeld als een grote gebruiker en is de volledige EML systematiek van toepassing.

Indeling Erkende maatregelenlijst

De Erkende Maatregelenlijst is onderverdeeld in 3 delen:

Onderdeel 1 – F

PV informatie
Faciliteiten (F) / Installaties

Dit deel bevat maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het energieverbruik van installaties, zoals frequentieregelaars, warmteterugwinningssystemen en energiezuinige verlichting.

Onderdeel 2 – P

Processen (P)

Dit deel bevat maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het energieverbruik van processen, zoals procesoptimalisatie, hergebruik van materialen en energiemanagementsystemen.

Onderdeel 3 – G

Energielabels met vve achtergrond
Gebouwen (G)

Dit deel bevat maatregelen die gericht zijn op het verminderen van het energieverbruik van gebouwen, zoals isolatie, HR-ketels en warmtepompen.

De nummering van de erkende maatregelen is als volgt:

  • eerste letter is een F, P of G van de onderdelen
  • de tweede letter duidt op de categorie van het onderdeel en
  • dan volgt een nummer van de maatregel binnen de desbetreffende categorie.

Zo staat PC9 voor een procesmaatregel, van de derde categorie (hier aandrijvingen) en de negende maatregel (hier een frequentieregelaar op een centrifugaalpomp).

Erkende Maatregelenlijst

In de Omgevingsregeling staat in de artikelen 4.14 lid 1 en 5.29 lid 1 hoe voor de milieubelastende activiteit en het gebouw wordt voldaan aan de energiebesparingsplicht.

Namelijk door alle toepasselijke maatregelen te nemen van de Erkende maatregelenlijst (EML) uit de bijlagen VII en XIV.

zonnepanelen plat dak

Terugverdientijd

De Erkende maatregelenlijst (EML) maakt het op een makkelijke en praktische manier mogelijk om te voldoen aan de energiebesparingsplicht. Op deze manier hoeven bedrijven niet op individueel niveau alle maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder in kaart te brengen. Ook vergemakkelijkt de EML het toezicht op de energiebesparingsplicht.

De Erkende maatregelen voor de energiebesparingsplicht hebben een terugverdientijd van 5 jaar of minder. De terugverdientijd is bepaald met een vastgestelde rekenmethode en rekenwaardes. In de Omgevingsregeling (bijlage XV 10a) staat de formule voor de terugverdientijd waarmee dit is bepaald.

Randvoorwaarden

Een maatregel is alleen van toepassing wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden die bij de maatregel staan (artikel 4.14, lid 2, en artikel 5.29, lid 2, Omgevingsregeling).

In de EML-tabellen zijn daarom economische en technische randvoorwaarden opgenomen. De exploitant moet kunnen aantonen dat een randvoorwaarde niet van toepassing is.

Het bevoegd gezag moet dan aangeven of het de verklaring aannemelijk vindt en instemt met het niet nemen van een maatregel.

Economische randvoorwaarden

De maatregel moet zich terugverdienen in 5 jaar of minder. Dat is afhankelijk van zowel de kosten als de besparing. Bij sommige maatregelen zijn economische randvoorwaarden opgenomen om een terugverdientijd te halen van 5 jaar of minder. De vervanging van TL8-buizen door ledbuizen (GF2) is bijvoorbeeld direct uitvoerbaar met een terugverdientijd van 5 jaar bij 1.350 branduren per jaar. Ook is voor sommige maatregelen vastgelegd dat de maatregel alleen geldt onder een bepaald energiegebruik. Bij een hoger energiegebruik geldt een lager belastingtarief, waardoor de maatregel zich niet meer terugverdient.

Technische randvoorwaarden

Soms zijn er technische redenen waardoor een maatregel niet getroffen hoeft te worden. Bijvoorbeeld omdat er grote veranderingen nodig zijn om de maatregel te kunnen nemen. In dat geval verdient de maatregel zich niet terug in 5 jaar of minder. Zo gelden er bij perslucht verschillende randvoorwaarden, waaronder dat er voldoende ruimte nabij de persluchtcompressor moet zijn om een persluchtbuffervat te plaatsen (FA1 uit bijlage VII van de Omgevingsregeling).

Veelgestelde vragen

Hoe zit het met monumentale gebouwen?

Bijzondere aandacht is er nog voor monumentale gebouwen. Daarvoor is bij een aantal maatregelen aangegeven dat deze alleen kunnen worden uitgevoerd als de monumentale waarde van het erkende monument niet wordt aangetast. Als de maatregel wel de monumentale waarde aantast, kan het bevoegd gezag de eigenaar wel wijzen op mogelijke alternatieven die interessant kunnen zijn. In plaats van HR++ glas bijvoorbeeld voorzetglas. Meer informatie over de energiebesparingsplicht bij monumentale gebouwen is te vinden op de website van RVO.

Waarom is er geen uitputtende lijst?

Een uitputtende lijst van technische randvoorwaarden is onmogelijk op te stellen. Als een toe te passen maatregel uit de EML in een specifiek geval technisch niet uitvoerbaar is, kan dat worden aangegeven in de rapportage voor de informatieplicht. Het is vervolgens aan het bevoegd gezag om te bepalen of het bedrijf dan nog steeds de EML-systematiek volgt en of het aannemelijk is dat het bedrijf voldoet aan de energiebesparingsplicht. Mogelijk kan het bedrijf een alternatieve maatregel treffen.

Wat zijn natuurlijke momenten?

Sommige maatregelen verdienen zich alleen terug op een zogenoemd natuurlijk moment. Bij een natuurlijk moment moet het bedrijf toch al kosten maken voor vernieuwing of reparatie. Alleen de extra kosten voor de energiezuinige maatregel tellen dan mee voor het bepalen van de terugverdientijd.

Is er een natuurlijk moment geweest maar is de maatregel niet getroffen? Dan zal het bevoegd gezag die maatregel alsnog eisen, niet-proportionele omstandigheden daargelaten. In het Informatieblad toezicht en handhaving staat hoe het bevoegd gezag kan omgaan met deze situatie.

Wat zijn voorbeelden van geplande natuurlijke investeringsmomenten?

Geplande natuurlijke investeringsmomenten zijn bijvoorbeeld:

· normaal preventief onderhoud (periodiek onderhoud van installaties en technieken)

· een verbouwing

· een vernieuwing van:

o de verlichting, als toch al de oude verlichting uit het plafond gaat

o de verwarmingsinstallatie, als de oude ketel toch al aan vervanging toe is

· normaal groot preventief onderhoud (zoals het stoppen van productieprocessen)

· een aanpassing van installaties en activiteiten (zoals nieuwbouw, uitbreiding bedrijfsactiviteiten, aanpassen van de bedrijfsformules); en

· wijzigingen van eigendom en/of in bedrijf nemen van een gebouw

Wat zijn dan ongeplande natuurlijke momenten?

Ongeplande natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld het kapotgaan van installaties en technieken, waardoor vernieuwing of reparatie toch al nodig is.

Wat zijn zelfstandige momenten?

Naast ‘natuurlijke momenten’ zijn er ook ‘zelfstandige momenten’. Dit houdt in dat een maatregel zich op elk moment terugverdient binnen 5 jaar. Zo’n maatregel moet dus zijn uitgevoerd als de EML-systematiek wordt gevolgd.

Als er op korte termijn een natuurlijk moment zal zijn, kan de (toch al direct uitvoerbare) maatregel nog goedkoper. Het is dan redelijk dat het bevoegd gezag hiermee rekening houdt en dit ook vastlegt. Als een gepland natuurlijk moment niet doorgaat, ondanks de gemaakte afspraak, dan is er geen natuurlijk moment meer. De afspraak is dan ook niet meer geldig en de maatregel dient direct uitgevoerd te worden.

Wat houdt Doelmatig Beheer en Onderhoud (DBO) in?

Erkende maatregelen moeten goed worden beheerd en onderhouden. Dit heet Doelmatig Beheer en Onderhoud (DBO). Hierdoor verdient de investering zich ook echt terug. De toezichthouder controleert daarop. De EML bevat voor sommige maatregelen specifieke regels. Daar waar dat niet zo is, geldt altijd de specifieke zorgplicht uit het Bal voor zover het gaat om de milieubelastende activiteit. Die kan dus ook worden gebruikt voor alternatieve maatregelen.

Kun je ook voor alternatieve maatregelen kiezen?

Een ondernemer kan voor een alternatieve maatregel kiezen en dat voorleggen bij het bevoegd gezag. Een alternatieve maatregel is gelijkwaardig aan of beter dan de techniek die genoemd staat in de EML.

Het alternatief kan alleen een maatregel vervangen die hetzelfde doel heeft. Bij de erkende maatregel staat het doel bij ’toe te passen maatregel’. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk een maatregel die het ‘geïnstalleerd vermogen van de buitenverlichting beperkt’ te vervangen door een maatregel die ‘het onnodig branden van de buitenverlichting’ voorkomt. Dat geldt ook voor een maatregel van een andere activiteit. Zo kan een verlichtingsmaatregel geen alternatief zijn voor een verwarmingsmaatregel.

Maatregelen voor duurzame opwekking van energie gelden niet als alternatieve maatregel voor energiebesparing. Zowel de maatregelen voor opwekking van duurzame energie, zoals het plaatsen van zonnepanelen, als de maatregelen voor energiebesparing gelden.

Door het nemen van 1 of meer alternatieve maatregelen wordt afgeweken van EML-systematiek. Maar daarmee is niet de erkende maatregelaanpak van tafel. Een mogelijke discussie kan alleen gaan over de alternatieve maatregelen. Het is aan de exploitant informatie te leveren zodat kan worden nagegaan of een alternatieve maatregel minimaal hetzelfde effect heeft als de erkende maatregel. Als het bevoegd gezag vindt dat de toelichting op de gelijkwaardigheid onvoldoende is en dus de maatregel niet gelijkwaardig vindt, dan moet het dat onderbouwen.

Bij de doorrekening wordt de methode om de terugverdientijd te berekenen gebruikt uit bijlage XV van de Omgevingsregeling. Die wordt berekend met deze formule: TVT = (I + F)/B

 

Betekenis van de symbolen:

· TVT: de terugverdientijd in jaren

· I: de (meer)investering in de maatregel in euro’s

· F: de kosten voor het lenen van geld om de maatregel te nemen in euro’s

· B: de jaarlijkse kostenbesparing in euro’s

 

De berekening neemt de inflatie of verwachtingen over toekomstige prijsontwikkeling niet mee. Ook bij het bepalen van de kosten (F) en kostenbesparing (B) zijn de veranderingen in vennootschapsbelasting geen onderdeel van deze formule. Afhankelijk van het verbruik, gelden er vaste energietarieven. Bedrijven die onder de onderzoeksplicht vallen mogen, mits onderbouwd, afwijken van de energietarieven voor het proces. Dat is te vinden in bijlage XV onder 3b2 van de Omgevingsregeling.

Voor glastuinbouwbedrijven geldt een afzonderlijke berekeningsmethode voor de terugverdientijd. Deze is nog niet gepubliceerd in de Omgevingsregeling, maar is wel al te vinden in de Activiteitenregeling.

Wat te doen wanneer twee of meer energiebesparende maatregelen gelden?

Het kan voorkomen dat 2 of meer energiebesparende maatregelen gelden voor dezelfde installatie/techniek. Dan wordt de maatregel getroffen met de meeste kooldioxidereductie. Bij vervanging van gloeilampen wordt bijvoorbeeld ledverlichting toegepast en geen tl-verlichting als beide op zichzelf een terugverdientijd korter dan 5 jaar hebben.

Hoe ver kunnen de maatregelen gaan?

Het staat vrij maatregelen te nemen die verder gaan dan op grond van de EML moet. Soms is de absolute besparing van de hoeveelheid energie zo interessant dat de exploitant ze, ondanks een langere terugverdientijd, toch wil nemen. Deze keuzes zijn de eigen verantwoordelijkheid.

Voor welke bedrijfstakken geldt de EML?

In de Activiteitenregeling Milieubeheer worden de Erkende Maatregelen beschreven. Voor 19 bedrijfstakken heeft de overheid hele duidelijke maatregelen voor energiebesparing opgelijst.

1. Metalelektro en mkb-metaal

2. Autoschadeherstelbedrijven

3. Gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen

4. Kantoren

5. Onderwijsinstellingen

6. Commerciële datacenters

7. Rubber- en kunststofindustrie

8. Levensmiddelenindustrie

9. Agrarische sector

10. Mobiliteitsbranche

11. Sport en recreatie

12. Hotels en restaurants

13. Drukkerijen, papier en karton

14. Bouwmaterialen

15. Verf en drukinkt

16. Tankstations en autowasinrichtingen

17. Meubels en hout

18. Bedrijfshallen

19. Detailhandel

Neemt uw organisatie maar een deel van de toepasselijke erkende maatregelen voor haar bedrijfstak?

Voor elke toepasselijke erkende maatregel die u niet neemt, moet u een gelijkwaardige of betere alternatieve maatregel nemen. Met de alternatieve maatregel moet u net zo veel of meer energie besparen als de erkende maatregel. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of u hiermee voldoet aan de energiebesparingsplicht.

Onder welke bedrijfstak valt uw inrichting? 

Erkende Maatregelenlijsten voor energiebesparing (EML) zijn bedoeld om het voor uw bedrijf of de instelling eenvoudiger te maken. De energiemaatregelen zijn eenstemmig in uw branche, daarom heeft de overheid ze gebundeld en uitgewerkt.

Ook als u uw organisatie niet kan terugvinden in één van de bedrijfstakken, dan geldt de informatie- en bespaarplicht van uit het Activiteitenbesluit milieubeheer!

Hieronder onder de volledige actuele beschrijving de 19 bedrijfstakken waarvoor EML van toepassing is;

De 19 bedrijfstakken:

1. Metalelektro en mkb-metaal

Inrichtingen voor vervaardiging van metalen in primaire vorm en/of metaalproducten met machines en apparaten (ook elektrische en elektronische). Denk aan giet-, wals-, smelt- of smeedprocessen, evenals (spaanloze, verspanende en thermische) mechanische bewerking en/of eindbewerking van metalen. Oppervlaktebehandeling (via procesbaden, stralen of coaten) en het verbinden van metalen of legeringen (zoals lassen en solderen) zijn ook kenmerkend. Het gaat ook om inrichtingen waar reparatie en installatie van machines en apparaten plaatsvindt. Ter indicatie een aantal SBI-codes dat voor de indeling van deze bedrijven veelal worden gebruikt: 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 32 en 33.

2. Autoschadeherstelbedrijven

Inrichtingen voor het herstel van onderdelen van motorvoertuigen (met carrosserieherstel), motorfietsen, caravans/campers en aanhangwagens. Denk aan (spaanloze, verspanende en thermische) mechanische bewerking en/of eindbewerking van metalen. Oppervlaktebehandeling via coatprocessen en het verbinden van metalen of legeringen (zoals lassen en solderen) zijn ook kenmerkend. Ter indicatie hierbij een aantal SBI-codes dat voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 45.20.4, 45.11.2, 45.19.1, 45.19.2, 45.20.3, 45.20.5. Voor de mobiliteitsbranche (waarvoor veelal de SBI-codes 45.11, 45.19, 45.20.2, 45.3, 45.4 en 77 worden gebruikt) geldt een ander pakket met erkende maatregelen. Als binnen de mobiliteitsbranche sprake is van een herstelwerkplaats, dan geldt daarvoor echter het onderliggende pakket voor de bedrijfstak autoschadeherstelbedrijven.

3. Gezondheidszorg- en welzijnszorginstellingen

Inrichtingen voor medische en tandheelkundige behandeling, verzorging, verpleging en/of genezende behandelingen. Het gaat om inrichtingen met een gezondheidszorgfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan een ziekenhuis, psychiatrische inrichting, medisch centrum, polikliniek, praktijkruimten voor een huisarts en/of een fysiotherapeut of een tandartspraktijk. Ook inrichtingen met een woon- en verblijffunctie voor het aanbieden van intramurale zorg vallen onder de reikwijdte van onderliggend pakket met erkende maatregelen. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van instellingen veelal wordt gebruikt: 86.

Veterinaire dienstverlening (laboratoria) (SBI 75);

Keurings- en controlediensten (laboratoria) (SBI 71.2);

Penitentiaire inrichtingen (jeugd)gevangenissen, TBS instellingen (84.23.2);

Woonfuncties in de zorg (SBI 87).

4. Kantoren

Inrichtingen voor het uitvoeren van administratieve werkzaamheden. De inrichting heeft een kantoorfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan het openbaar bestuur, overheidsdiensten, verplichte sociale verzekeringen en zakelijke en financiële dienstverlening. Ter indicatie de SBI-codes die voor de indeling van deze diensten veelal worden gebruikt zijn SBI-code 64 t/m 74 en 84.

5. Onderwijsinstellingen

Inrichtingen voor onderwijs, opleidingen en cursussen met of zonder praktijkonderwijs. De inrichting heeft een onderwijsfunctie zoals aangehaald in het Bouwbesluit 2012. Denk aan basis-, voortgezet- en hoger onderwijs en universiteiten. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van instellingen veelal wordt gebruikt: 85. Ook gaat het om inrichtingen voor natuur-wetenschappelijke research (laboratoria) (SBI 72), peuterspeelzalen en kinderopvang (SBI-code 88.91).

6. Commerciële datacenters

Inrichtingen voor het transport, de bewerking en de opslag van data door het extern beschikbaar stellen van serverruimten en ICT-apparatuur. Ter indicatie de SBI-codes die voor de indeling van deze bedrijven veelal worden gebruikt: 61, 62, 63. Dit zijn erkende maatregelen die betrekking hebben op het energieverbruik van het proces (servers en koeling/ventilatie daarvan). Als een kantoorruimte samen met het datacenter één inrichting

vormt, dan zijn ook voor het kantoordeel erkende maatregelen opgenomen. Ten opzichte van de besparingen die in de datacenter zelf kunnen worden gerealiseerd, gaat het om kleine besparingen.

7. Rubber- en kunststofindustrie

Inrichting voor de verwerking en/of vervaardiging van producten van kunststof- en/of rubber. Het gaat om het bewerken en/of verwerken van polyesterhars, thermoplasten, schuimen/expanderen van kunststof en/of rubberverwerking inclusief de recycling van rubber en kunststof. Activiteiten met betrekking tot het mengen, malen, blazen, kalanderen, extruderen en vulkaniseren zijn ook kenmerkend. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 22.

8. Levensmiddelenindustrie

Het gaat hier om inrichtingen voor activiteiten binnen de levensmiddelenindustrie. Specifiek gaat het om de volgende sub bedrijfstakken binnen de sectoren groente- en fruitverwerkende industrie, frisdranken-, water- en sappenproducenten en bakkerij- en zoetwarenindustrie (NVB en VBZ). Ter indicatie gaat het om de vervaardiging van fruit- en groentesap (SBI-code 10.32), verwerking van groente en fruit (niet tot sap en maaltijden) (SBI-code 10.39), vervaardiging van frisdranken waaronder productie van mineraalwater en overig gebotteld water waaronder ook vruchtensiropen (SBI-code 11.07), vervaardiging van limonadesiroop (SBI-code 10.89), kleine brouwerijen (SBI 11.05). Vervaardiging van brood, banketbakkerswerk en deegwaren (SBI-code 10.7), verwerking van cacao en vervaardiging van chocolade en suikerwerk (SBI-code 10.82), verwerking van cacao (SBI-code 10.82.1) en vervaardiging van chocolade en suikerwerk (SBI-code 10.82.2). Voor de overige subsectoren zoals genoemd in de SBI-codes 10 en 11 zijn geen erkende maatregelen in dit pakket opgenomen.

9. Agrarische sector

Inrichtingen voor het uitvoeren van activiteiten met gewassen of landbouwhuisdieren voor zover deze geteeld of gekweekt onderscheidenlijk gefokt, gemest, gehouden of worden verhandeld. Ter indicatie, de SBI-codes die voor de indeling van deze inrichtingen veelal worden gebruikt zijn de SBI-codes 01.11 tot en met 01.64.

10. Mobiliteitsbranche

Inrichtingen voor het uitvoeren van activiteiten zoals autodealerbedrijven, onafhankelijke autobedrijven, autoverhuurbedrijven, revisiebedrijven, truckbedrijven, truck- en trailerbedrijven, caravan- en camperbedrijven, aanhangwagenbedrijven, gemotoriseerde en ongemotoriseerde tweewielerbedrijven en bandenservicebedrijven. Ter indicatie: SBI-codes die voor de indeling van deze inrichtingen veelal worden gebruikt zijn: 45.11, 45.19, 45.20.2, 45.3, 45.4 en 77. Voor de autoschadeherstelbedrijven (waarvoor veelal de SBI-codes 45.20.4, 45.11.2, 45.19.1, 45.19.2, 45.20.3, 45.20.5 worden gebruikt) zijn andere erkende maatregelen aangewezen (zie pakket met nummer 2). Die lijst is ook van toepassing op de autoschadeherstelwerkplaatsen binnen de mobiliteitsbranche. Onderliggend pakket is niet van toepassing op tankstations (SBI-code 47.3) en autowasinrichtingen, want voor die bedrijfstak is een ander pakket met erkende maatregelen van toepassing (zie pakket met nummer 16).

11. Sport en recreatie

Inrichtingen voor sport- en recreatiedoeleinden. Het gaat om bijvoorbeeld vakantie- en recreatieparken, campings, zwembaden, sporthallen, sportzalen, ijsbanen, sauna’s en sportvelden en combinaties daarvan.

 

De verhuur van vakantiehuisjes en appartementen, vakantiekampen, groepsaccomodaties, jeugdherbergen (SBI 55.2);

overige logiesverstrekking (SBI 55.9);

Fitnesscentra (SBI 93.13);

Sportscholen (SBI 93.14.6);

Stadions;

Autosport (kartbanen, racebanen, crossterreinen) (SBI93.12.7);

Jachthavens (SBI 93.29.1);

Poppodia (SBI 90.01);

Theaters, schouwburgen en evenementenhallen (SBI 90.04);

Productie en distributie van films en televisieprogramma´s; maken en uitgeven van geluidsopnamen, bioscopen (SBI 59);

Fotografie en foto-ontwikkeling (laboratoria) (SBI 74.2).

12. Hotels en restaurants

Inrichtingen voor het verschaffen van logies voor kortstondig verblijf in hotels en motels. Ook gaat het om inrichtingen voor hoteldienstverlening (zoals pensions en appartementhotels) en voor restaurants die volledige maaltijden verschaffen voor directe consumptie ter plekke, al dan niet in combinatie met dranken en kleine etenswaren voor directe consumptie. Ter indicatie de SBI-codes die hiervoor veelal worden gebruikt: SBI-code 55.10.1, 55.10.2 en 56.10.1.

Cafetaria’s, ijssalons, lunchrooms, snackbars, eetkramen (SBI 56.1);

Cafés (SBI 56.3);

Conferentieoorden (SBI 55.10.2).en hotels of restaurants met een conferentiegelegenheid.

13. Drukkerijen, papier en karton

Inrichtingen voor vervaardiging van papier, karton en karton- en papierwaren. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 17. Het gaat ook om inrichtingen met drukkerijen en reproductie van opgenomen media. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van instellingen veelal wordt gebruikt: 18. De lijst is nadrukkelijk niet van toepassing op inrichtingen van productie van papier met SBI-code 17.12.

14. Bouwmaterialen

Het gaat om inrichtingen voor de vervaardiging van stortklaar beton. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 23.63.

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

15. Verf en drukinkt

Het gaat om inrichtingen voor de vervaardiging van verf en drukinkt. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 20.3.

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

16. Tankstations en autowasinrichtingen

Het gaat om inrichtingen voor de machinale reiniging van gemotoriseerde voertuigen. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 45.20.5. Ook gaat het om inrichtingen voor motorbrandstofverkooppunten. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 47.3.

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

17. Meubels en hout

Het gaat om inrichtingen voor het zagen en schaven en overige primaire houtbewerking. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 16.10.1. Ook gaat het om inrichtingen voor vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen meubels). Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 16.2. Ook gaat het om inrichtingen voor vervaardiging van houten emballage. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 16.24. Ook gaat het om inrichtingen voor vervaardiging van meubels. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 31. Ook gaat het om inrichtingen voor vervaardiging van houtsketelbouw. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 41.2. Ook gaat het om inrichtingen voor vervaardiging van dakelementen. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 43.91. Ook gaat het om inrichtingen voor de groothandel in hout en plaatmateriaal. Ter indicatie de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 46.73.1.

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

18. Bedrijfshallen

Het gaat om inrichtingen die overwegend de functie van een bedrijfshal hebben zoals inrichtingen voor activiteiten in de bouwnijverheid. Ter indicatie van de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 41, 42 en 43. Ook gaat het om inrichtingen voor de groothandel en handelsbemiddeling (uitgezonderd handel in auto’s en motorfietsen). Ter indicatie van de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 46. Ook gaat het om inrichtingen in vervoer en opslag. Ter indicatie van de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 49. Ook gaat het om inrichtingen voor opslag en dienstverlening voor vervoer. Ter indicatie van de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 52. Ook gaat het om inrichtingen van technische installatiebedrijven. Ter indicatie van de SBI-code die voor de indeling van deze inrichtingen veelal wordt gebruikt: 43.2. Inrichtingen voor de groothandel in hout en plaatmateriaal (met SBI-code 46.73.1) en inrichtingen vervoer via transportleidingen (SBI-code 49.5) vallen niet onder de reikwijdte van dit pakket met erkende maatregelen.

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

19. Detailhandel

Inrichting voor detailhandel zoals winkels en supermarkten. Ter indicatie de SBI-code die hiervoor veelal wordt gebruikt is SBI-code 47. Het gaat hier nadrukkelijk niet om benzinestations (SBI-code 47.3), markthandel (SBI-code 47.8), detailhandel niet via winkel of markt (SBI-code 47.9) en/of groothandel en handelsbemiddeling (SBI-code 46).

 

Vervaardiging van producten van beton voor de bouw (SBI 23.611);

Vervaardiging van mortel in droge vorm (SBI 23.64);

Vervaardiging van overige producten van beton, gips en cement (SBI 23.69).

Onafhankelijk, deskundig én lokaal advies op maat

Het nemen van duurzaamheidsmaatregelen als ondernemer is vaak een complex proces. Zo’n proces vraagt om deskundige en onafhankelijke begeleiding en advies.

De adviseurs van MKB Parkstad Verduurzaamt kijken samen met jou naar de mogelijkheden en begeleiden daarin van A tot Z.